Overig

Toen thuis opeens kantoor werd…

Psychische klachten door corona… In één klap werden bestaande sociale structuren zoals we die kenden, door elkaar geschud. Mensen gingen thuiswerken en diezelfde thuiswerkers kregen ineens een onderwijstaak toebedeeld. Het feit dat we binnenhuis met de hele familie 24/7 op elkaars lip zitten, werkt ook niet mee. En dan heb je nog de risicogroep die verplicht thuis moet blijven, zonder dat deze medewerkers klachten hebben. Ook zij hebben het mentaal niet makkelijk. Ondanks een aantal versoepelingen, blijven veel situaties nog ongewijzigd en nemen de psychische klachten door corona toe. In deze blog enkele bevindingen én tips van onze registerpsycholoog NIP Frank van Hoevelaak en arbeidsmobiliteitsmanager Martien Cornelissen voor medewerkers en werkgevers. 

Thuis is amper nog de ontspanningsplek

Afleiding, ontspanning en/of een buddy met wie je dagelijks contact hebt; Martien Cornelissen zweert erbij. ‘‘Momenteel zitten er mensen thuis die door onderliggend lijden zoals bijvoorbeeld overgewicht, diabetes of longproblemen tot de risicogroep behoren. Maar dit onderliggend lijden hebben zij al jaren en zijn dus niet anders gewend. Maar opeens mogen ze niet meer verschijnen op het werk. Deze groep, en vooral wanneer deze mensen al eenzaam waren, wordt hard getroffen.’’ Ook psycholoog Frank geeft aan dat het voor zijn cliënten, re-integratiekandidaten, een lastig parket is. ”Thuis is niet per se de plek meer om te herstellen van stressklachten of een burn-out. Vooral niet als je samenwoont met een gezin en de afgelopen weken 24/7 op elkaars lip zat. Naast de beperkte beweegruimte zijn er ook nog de onzekerheid en bezorgdheid over ziekte en toekomst. En hoe langer we thuis zitten, des te meer stress we krijgen.” In deze blog hebben we het dus over twee aparte specifieke groepen: de verplichte ‘eenzame’ thuiszitters in de risicogroep en de thuiswerker bij wie de balans ver te zoeken is. We beginnen met de eenzame thuiszitters.

We komen lang niet allemaal in een warm nest thuis

Martien geeft aan dat hij als buddy meestal één keer per week belt met een medewerker die verplicht thuiszit. Maar soms ook vaker; net wat nodig is. Belangrijk is in ieder geval dat de buddy steeds dezelfde persoon is, zo bouw je een vertrouwensband op. Voor werkgevers is het goed om te weten wat er speelt bij hun medewerkers thuis. ”Elke werkgever zou eigenlijk een interne of externe buddy voor hun medewerker moeten aanwijzen. Gewoon om te vragen hoe het gaat en hoe de dag is (verlopen). Blijf ze betrokken houden bij het arbeidsproces door ze te informeren. Ook als er geen nieuws is. Een relatie tussen werkgever en medewerker is net zo belangrijk als de relatie tussen ouder en kind. Sommige werkgevers beseffen dit niet en weten gewoonweg niet wat er speelt.” Daarnaast tipt Martien dat – als een organisatie moeite heeft de buddy-rol te vervullen – ze het beste de arbodienst kunnen inschakelen. Zij kunnen naast gehoor geven aan een medewerker, ook op een coachende, psychologische manier medewerkers benaderen.

Zit jij zelf als medewerker thuis en voel je je geïsoleerd? Probeer dan echt zelf in actie te komen. Deel je zorgen met je werkgever en/of collega’s. Vraag om hulp, stel je open en ga niet achter de geraniums zitten. Bel desnoods casemanager voor een vrijblijvend praatje. Wij kunnen – indien nodig – contact zoeken met jouw werkgever om te bespreken wat de mogelijkheden zijn om je meer perspectief te bieden en deze situatie beter te kunnen relativeren. Er zijn zoveel mensen die hun ei niet kwijt kunnen binnen hun eigen omgeving.  We komen lang niet allemaal in een warm nest thuis met gezellige buren en een fraaie achtertuin. Er wonen genoeg mensen op vier hoog met een mini balkonnetje. Als je dan niet naar buiten mag, komen de muren behoorlijk op je af. Toch zijn er altijd mogelijkheden en zowel werkgever, de medewerkers als de arbodienst kunnen hier een rol inspelen. Zolang je maar aan de bel trekt.
Psychische klachten door corona en thuiswerken

Jouw behoeftes en die van je omgeving

Is jouw sociale structuur 180 graden gedraaid en merk je dat je klachten krijgt van het vele thuisblijven? Dan is het volgens psycholoog Frank van Hoevelaak belangrijk om je te focussen op de zorg voor jezelf en de zorg voor elkaar. ”Geef aandacht aan (het moment van) je voeding en geef aandacht aan je sociale contacten, zeker nu je ze anders moet organiseren. Je hoort het vaker, maar kijk niet alleen naar de negatieve aspecten van deze lockdown. Heb ook aandacht voor de positieve kanten. Kinderen worden door thuisonderwijs zelfstandiger, leren incasseren, focussen, verantwoordelijkheid nemen, ontspannen, zelf plannen. Ze ontwikkelen oplossingsgerichte vaardigheden, want er is niet altijd een leerkracht voorhanden. En al deze punten gelden eigenlijk voor alle thuiswerkers. Want ook als je alleen woont, moet je ineens je sociale behoefte op een andere manier gaan organiseren. Maar in beide situaties geldt: zorg goed voor jezelf, doe bijvoorbeeld regelmatig en bewust iets leuks, en voor anderen.”

Grenzen stellen

Frank voegt daaraan toe dat grenzen stellen nu belangrijker dan ooit is. ”Stress ontstaat als anderen over jouw grens gaan of als je zelf door uitputtend gedrag over je eigen grens gaat.” De psycholoog geeft verder aan dat we de laatste tijd vooral bezig zijn met de zorg voor een ander. Het continu in dienst staan van een ander kost bergen energie. Maar ook het feit dat we te perfectionistisch zijn en onszelf onbewust grenzeloos hoge eisen stellen, is kwalijk. Grenzen, grenzen en grenzen, daar draait het om. Het is superbelangrijk om goed na te gaan hoe we met onze grenzen omgaan, voordat deze worden overschreden.”

Voor zowel de eenzame thuiszitter als de thuiswerker die uit balans dreigt te raken geldt: probeer helder te worden over je eigen grenzen en behoeftes. Denk na over wat je nodig hebt en spreek dit uit. Wat heb je nodig aan persoonlijke ruimte? Of juist op sociaal gebied? Erken dat de situatie 24/7 anders is dan voorheen en dat het aandacht vergt om ruimte, evenwicht en rust te creëren. Bedenk daarbij ook dat wij mensen in staat zijn ons aan te passen en hulpbronnen mogen en kunnen inzetten voor een leuker, nuttig, veilig en aangenamer leven.